Intro

Hallo, mijn naam is Manon Erb.

Ik ben een artiest. Niet in de klassieke zin, maar in hoe ik denk, leef voor mijn passie, kook en verhalen verzamel.
Niet met verf of een penseel, maar met smaken, woorden, beelden en herinneringen.
Niet groots: mijn creativiteit zit in kleine dingen. Een zin die plots geschreven is en gewoon kan zijn, een idee dat kruimelt in mijn hoofd,
een nieuw recept dat ontstaat uit nieuwsgierigheid, of een ingrediënt dat me doet afvragen waarom het smaakt zoals het smaakt.
Ik ben iemand die net zo graag zelf met haar handen deeg kneedt als haar voeten onder tafel schuift om nieuwe gerechten te ontdekken.
Iemand die proeft om te begrijpen, kookt om te voelen en schrijft om op zoek te gaan naar wat eten écht kan betekenen.
Nieuwsgierig naar alles wat eetbaar is, en zo verbinding maakt.
Eten gaat voor mij over de geschiedenis van een ingrediënt, het moment waarop je leert dat een simpele bouillon troost kan bieden,
en waarom de saus van de ene kok nooit hetzelfde smaakt als die van de andere, ook al volgden ze hetzelfde recept.

 
 

Halle, de plek waar het allemaal begon. In de keuken van mijn oma en opa, met de ronde witte eettafel waarvan het blad rustte op een retro chromen poot - daar lag de oorsprong van mijn passie.

Ik liep er rond als klein meisje in een veel te grote keukenschort, vastgesnoerd met extra knopen omdat ik er anders in zou verdwijnen. Mijn oma, chef-kok (althans in mijn verbeelding), en ik, souschef (lees: neem alles met een korreltje zout), waren een top team. Ik mocht altijd helpen. Altijd kijken. Altijd proeven. Van patatjes schillen tot in de potten roeren en de pasta tegen de muur gooien om te zien of hij wel gaar genoeg was - ze lieten echt alles toe. Voor de gezelligheid, en omdat er bij ons altijd gelachen werd.

Waar het gepruttel begon.

 
 

Zonder dat iemand het benoemde, was dat moment in de keuken voor mij een soort meditatie. Ik kwam als kind, en ook later toen ik ouder werd, tot rust op die plek. Tussen het ritme van de lepels, het sudderen van een stoofpot en de zachte stem van mijn oma die nooit gehaast was.

Een belangrijk element dat ik zeker niet mag vergeten: ons publiek.

Elf uur.

Een Blonde Leffe voor mijn opa, een coupe bubbels voor mama en oma, en voor mij ‘ne cola’.

Aan tafel zat mijn opa, met voor hem een opengeslagen krant. Hij vulde altijd het kruiswoordraadsel in — een beeld dat ik nooit zal vergeten. Mama en oma die ondertussen babbelden over koetjes en kalfjes, en ik die ondertussen smulde van de aperitief. Onze dagschotel? Melba-toastjes met bio gerookte zalm en een citroentje voor de liefhebbers, crêpekoekjes met Cheddar, olijven, ansjovis en saucisson in schijfjes. Niemand maakte daar iets speciaals van… maar voor mij was dat het decor van thuiskomen.

Mijn oma kookte niet snel. Ze kookte met tijd, aandacht en heel veel liefde.

Soms begon ze de dag voordien al, gewoon omdat het gerecht daarom vroeg. Een bouillon die moest trekken, kalfsblanquette die tijd nodig had om de juiste smaak te bereiken, of iets waaraan ze al begonnen was — gewoon, ter voorbereiding.

En terwijl zij kookte, kookte het huis mee: warm, uitnodigend, en die geur… ‘oh mannekes die geur’. Het soort geur dat je als volwassene plots weer kan overvallen en dat mij meteen terugbrengt naar een naschoolse woensdagmiddag, onderweg naar Halle, omdat we bij oma en opa gingen eten.

Eten was daar nooit zomaar spijs om te kunnen leven. Het stond voor verbinding.

Een soort taal die we met z’n allen spraken zonder dat er altijd woorden voor nodig waren.

En misschien is dat wel wat ik het meest heb meegenomen uit de keuken van mijn oma: de kunst van samenkomen. Van tijd maken voor jezelf en elkaar. Van liefde tonen zonder het telkens te moeten uitspreken.

De keuken waarin de tijd even stil stond.


 
 

Ik maak geen content om ‘content te maken’. Ik wil creëren vanuit smaak, vanuit gevoel, vanuit verbinding. Vanuit dat moment waarop je een gerecht proeft en plots begrijpt dat het meer vertelt dan wat er op het bord ligt. Een herinnering, een echo van vroeger, een smaak die je terugbrengt naar een ander moment, of je doet denken aan een dierbare.

Of ik nu een recept ontwikkel, een food-verhaal neerschrijf dat tussen de zinnen door zachtjes verder suddert, een restaurantreview proefgewijs neerschrijf alsof ik een millefeuille laag per laag zou ontleden, of een beeld maak dat je bijna kan proeven door ernaar te kijken — alles moet terug te leiden zijn naar eten, naar ambacht, naar het bruisende ritme van een keuken die leeft.

Eten brengt mensen samen — familie, vrienden, collega’s,… Dat is een zeer groot cliché. Maar het is een waarheid die ik elke dag opnieuw voel wanneer ik kook, wanneer ik creëer, wanneer ik verhalen vertel over smaken die nooit echt verdwijnen.

Dat is wie ik ben. Manon. Een mens die in eten altijd een thuis heeft gevonden. En die dat gevoel graag deelt — in woorden, in beelden, in recepten en in momenten.

Welkom aan mijn tafel.
Schuif je voeten er maar onder en blijf gezellig zitten zolang je wil.
Ik hoop dat je hier iets vindt dat voedt — iets warms waarvan je hart kan overlopen. Een smaak waar je je comfortabel bij voelt. Iets dat blijft hangen, zoals de geur van gesmolten boter wanneer je thuiskomt met veel honger.

Bij mij ruikt het altijd naar warme gesmolten boter en iets dat net uit de oven komt.

 
Ik ben iemand die praat over eten alsof het een taal is.
— Manon Erb