Anna’s pancakes

“Kom kom, zet u aan tafel. Doe er rap wat suiker op en rol hem op, want anders wordt hij koud hé, pie’ke.”
Een bord dat voor je neus werd gezet en die warme, dringende liefde in haar stem. Want pannenkoeken moet je niet laten wachten. Die moeten gegeten worden. Direct. Met gesmolten suiker die nog lichtjes kraakt tussen je tanden. De pannenkoeken van mijn oma waren geen gewone pannenkoeken. Zij deed bruiswater in haar deeg om ze wat luchtiger te maken en dat maakte ze zo heerlijk fluffy, maar toch flinterdun. Hoe ze dat deed? Geen idee. Dat was gewoon oma-magie. En dan die appelschijfjes… Die legde ze in het natte beslag, waardoor ze zacht werden en licht karamelliseerden in de pan. Dat fruitige, lichtzoete accent was echt een upgrade avant la lettre.

Ze bakte ze in haar speciale platte pannenkoekenpan. Zo eentje die perfect egaal bruin bakt, zonder boe of bah. Ik zie ons nog zitten aan de keukentafel in Halle. Een pak suiker dat rondging, borden die sneller leeg waren dan ze kon bijbakken (eigenlijk niet want Anna, dat was een snelle), en oma die tevreden toekeek. “Nog eentje?” vroeg ze dan al terwijl de volgende al in de pan lag. Eerlijk? Dat waren de beste pannenkoeken van de hele wereld. Niet alleen omdat ze flinterdun en goudbruin waren, maar omdat ze smaakten naar thuis.

 
 

INGREDIËNTEN

  • 200 gr zelfrijzende bloem

  • 350ml volle melk

  • 150 bruiswater

  • 2 grote eieren

  • 1 zakje vanille suiker

  • 1 vanillestokje (voor de binnenkant)

  • 30gr gesmolten boter + extra boter om de pannenkoeken in te bakken

  • 1 à 2 appeltjes — in fijne schijfjes gesneden, zoals Anna dat deed ♡

  • Een snuifje zout

  • Suiker naar keuze om je pannenkoek mee te bestrooien, of Nutella, of hagelslag, of,…

 

BEREIDINGSWIJZE

  1. Breek de eitjes en doe ze in een hoge pot of grote mengkom (liefst degene waarin je straks mixt of klopt). Klop ze al even los met een vork of garde tot ze mooi gemengd en licht schuimig zijn.

  2. Voeg aan de eitjes de volle melk, het bruiswater, het zakje vanillesuiker en een snufje zout toe. Snijd het vanillestokje in de lengte open en schraap het binnenste eruit. Doe dit bij het mengsel. Klop opnieuw kort door elkaar tot alles mooi gemengd is.

  3. Voeg nu de zelfrijzende bloem toe. Dit mag in één keer en liefst door een zeef om klonters te vermijden. Klop stevig met een garde of mix kort tot je een glad beslag krijgt. Het beslag moet mooi lopend zijn — niet te dik, niet te dun. Zie je dat het soepel van je garde loopt? Dan zit je goed.

  4. Giet de gesmolten boter bij het beslag en roer nog even door. Laat het geheel daarna enkele minuten rusten. Ondertussen schil je de appel(s), verwijder je het klokhuis en snijd je ze in dunne schijfjes.

  5. Zet een pan op middelhoog vuur en laat een klontje boter smelten. Giet een pollepel beslag in de pan en draai ze rond zodat het beslag zich mooi verdeelt. Leg meteen enkele appelschijfjes in het natte beslag.

  6. Laat de pannenkoek bakken tot de randjes loskomen en de onderkant goudbruin kleurt. Draai hem voorzichtig om en bak ook de andere kant mooi bruin.

  7. Is de pannenkoek dun, goudkleurig en ruikt je keuken naar gesmolten boter, zoete vanille en appel? Dan zit je goed. Herhaal tot het beslag op is.


ANNA’S GOUDEN RAAD

Is het soort appel belangrijk?

‘Liefst een Jazz of Cox appeltje.’

Volgende
Volgende

Anna’s mayonaise